Voordelen van Pure Goat biologische volle geitenmelk
Lichter verteerbaar
De samenstelling van voedingsstoffen in geitenmelk bieden duidelijke voordelen in vergelijking met koemelk. Zo is het eiwitprofiel van geitenmelk beter gebalanceerd en dichter bij dat van moedermelk. Geitenmelk bevat van nature alleen A2-melk en bestaat dus uitsluitend uit A2 β-caseïne.
Uit onderzoek blijkt dat A1 β-caseïne vaker ongunstige spijsverteringsklachten veroorzaakt dan A2 β-caseïne. A2-melk is beter verteerbaar en kan leiden tot zachtere ontlasting, een darmmicrobiota die sterker overeenkomt met die van borstgevoede zuigelingen en minder gastro-intestinale klachten zoals koliek en obstipatie bij sommige baby's (1, 2).
Oligosachariden en GOS vezels
De toevoeging van galacto-oligosacchariden (GOS) in onze flesvoeding stimuleert de groei van gunstige bacteriën zoals Bifidobacterium, wat bijdraagt aan een gezonde darmmicrobiota bij zuigelingen (3). GOS leidt tot een lagere fecale pH, een hogere aanwezigheid van bifidobacteriën en een zachtere, frequentere ontlasting (3, 4).
Geitenmelkflesvoeding bevat van nature oligosacchariden die vergelijkbaar zijn met die in borstvoeding. Deze stimuleren de groei van gunstige bacteriën en remmen de hechting van pathogenen zoals E.coli en Salmonella aan darmcellen (2, 5, 6).
Rijk aan micronutriënten
Geitenmelk is rijk aan micronutriënten, waaronder vitamines zoals A, D, B1, B2 en B3, en mineralen zoals ijzer, koper, mangaan, calcium, fosfor, magnesium, kalium en chloride. De biologische beschikbaarheid van veel van deze voedingsstoffen is vaak hoger dan in koemelk (2, 7).
Daarnaast worden onder andere vitamine A, C, D en ijzer toegevoegd ter ondersteuning van het immuunsysteem*.
*zoals alle opvolgmelk
Van nature hoger in nucleotiden & MCT
Bij zuigelingenvoeding op basis van geitenmelk is het hogere aandeel korte- en middellange-keten vetzuren (MCT) gunstig voor een snellere en makkelijkere vetvertering (8). Daarnaast zijn geitenmelkvetten rijk aan essentiële vetzuren en β-palmitaat (2).
Geitenmelk bevat natuurlijke nucleotiden (bouwstenen van DNA), die bijdragen aan de ontwikkeling van het immuunsysteem en de rijping van het spijsverteringskanaal. Het gehalte aan nucleotiden in geitenmelk ligt van nature hoger dan in koemelk (2).
Gezonde vetzuren (DHA, ARA & Melkvet)
DHA — Wij gebruiken algenolie als bron van omega-3: puur, plantaardig en visvrij. Hogere DHA-spiegels worden in verband gebracht met een gunstige hersenontwikkeling in de eerste levensfase (9).
ARA — Arachidonzuur is een essentieel vetzuur dat van nature in moedermelk voorkomt. ARA is een belangrijke bouwsteen van hersen- en zenuwweefsel en ondersteunt de ontwikkeling van het brein en het gezichtsvermogen (10).
Melkvet — Pure Goat bevat van nature melkvet van volle biologische geitenmelk. Dit levert fosfolipiden, gangliosiden, siaalzuur en choline, belangrijk voor de hersenontwikkeling en het immuunsysteem (11).
Lactose als koolhydraatbron
Lactose is het van nature voorkomende koolhydraat in melk, inclusief moedermelk. Pure Goat past uitsluitend lactose toe als aanvullende koolhydraatbron. Er wordt geen maltodextrine en er worden geen andere suikers toegevoegd.
Aanbevelingen bij een koemelkallergie
Ongeveer 2 tot 3% van de kinderen ontwikkelt in het eerste levensjaar een koemelkallergie (12). Hoewel geitenmelk een lager αs1-caseïnegehalte heeft, toont toenemend bewijs aan dat geitenmelkzuigelingenvoeding niet geschikt is als alternatief bij koemelkeiwitallergie (KMA) (14, 15). Zowel de DRACMA-richtlijn (16) als het EFSA Scientific Panel (17) benadrukken dit.
Gebruik bij een lactose-intolerantie
Lactose-intolerantie in de vroege kinderjaren komt zelden voor. Vermijd bij een lactose-intolerantie geitenmelkvoeding voor zuigelingen, omdat deze een hoog lactosegehalte bevat. Geitenmelk kan mogelijk beter worden verdragen door kinderen en volwassenen met lactose-intolerantie, omdat ze een lager lactosegehalte heeft dan koemelk (18).
Referenties
1. Küllenberg de Gaudry, D., et al. (2019). Nutrition reviews, 77(5), 278-306.
2. Belyaeva, I. A., et al. (2022). Current Pediatrics, 21(6), 438-446.
3. Fanaro S, et al. (2009). J Pediatr Gastroenterol Nutr. 48(1):82-8.
4. Sierra, C., et al. (2015). European journal of nutrition, 54(1), 89-99.
5. Van Leeuwen, S. S., et al. (2020). J. agricultural and food chemistry, 68(47), 13469-13485.
6. Leong, A., et al. (2019). British Journal of Nutrition, 122(4), 441-449.
7. ALKaisy, Q. H., et al. (2023). Food science & nutrition, 11(10), 5641-5656.
8. Vieitez, I., et al. (2016). J. Food Composition and Analysis, 48, 95-101.
9. Makrides, M., et al. (1994). Am. j. clinical nutrition, 60(2), 189-194.
10. Hadley, K. B., et al. (2016). Nutrients, 8(4), 216.
11. Brink, L. R., & Lönnerdal, B. (2020). J. Nutritional Biochemistry, 85, 108465.
12-18. Volledige referenties op aanvraag beschikbaar.
